2017

Juryrapport Rotterdamse Persprijs 2017

Bij de twaalfde editie van de Rotterdamse Persprijs zien we de voortzetting van een interessante trend. In een aantal eerdere afleveringen werd al duidelijk dat het klassieke journalistieke ‘verhaal’ gezelschap had gekregen van inzendingen als weblogs en andere internetproducties. Dat was voor de prijs van 2017 niet anders, sterker, de diversificatie was eigenlijk nog groter.

Dit alles weerspiegelt uiteraard de veranderingen in de praktijk van journalistieke uitingen, of wel “de pers”. De figuur van de journalist en diens aanzien als bijna monument van kennis en nieuws, als de man met de pijp achter het bureau en de man met vale regenjas en te klein hoedje met blocnote in de hand rennend en dringend rond de bron, die vanaf de trappen van een te groot gebouw het journaille toespreekt, en uiteraard de jongetjes op straathoeken met in de hand een stapel kranten en roepend naar voorbijgangers “read alla bout it!”, culminerend in de woorden “als het in de krant staat, is het waar”. Dat beeld is de afgelopen decennia in razendsnel tempo niet zozeer geërodeerd als wel heeft dat een volledig ander gezicht gekregen, een gezicht in de menigte van audiovisuele en de wereld overgaande vlugschriften van echt en al of niet op staats niveau en als oorlogstuig gemanipuleerde nep informatie die tot ons komt.

Juryvoorzitter Inez Weski (foto’s John Valk)

De tijd van “de pers” als eenduidige en met respect behandelde mastodont is niet meer. Zelfs de positie van de journalist als een te respecteren pilaar van een democratische rechtsstaat met rechten als geheimhouding en bronbescherming, wordt inmiddels redelijk afgebrokkeld.

Met weemoed kan dan ook een van de inzendingen van 2017 worden gelezen. Namelijk het boek “Onder de mensen” dat journalist Peter Brusse schreef over zijn vader, de journalist M.J. Brusse in een tijd van groot maatschappelijk aanzien van de journalist.

Presentatrice Anna Visser interviewt Peter Brusse

Dat de journalist tegenwoordig vele gedaanten heeft, qua inhoud en vorm en medium is een feit als de robotisering van het leven. Desondanks was de jury nog steeds blij met het aantal inzendingen van het aloude stuk-in-de- krant. daar valt toch moeilijk in te hacken zo wie zo. je kan het nieuws dan als het ware nog ruiken en voelen en verfrommelen zo nodig.

Een juryrapport is niet de plaats voor een uitgebreide beschouwing of speculatie over de toekomst maar hopelijk groeit in deze tijden van nepnieuws, hoaxen en officiële presidentiële leugens de behoefte aan gedegen en onafhankelijke - en mogen we dat zeggen -  ouderwetse journalistiek.

Met dat in het achterhoofd heeft de jury zich uiteraard intensief gebogen over de beoordeling van de inzendingen.

De Stichting RD Persprijs ontving dit jaar maar liefst 24 inzendingen, uiteenlopend van fraai vormgegeven, soms kloeke boeken tot internet radio-interviews en van dagbladreportages tot televisieprogramma’s. Al was de vorm van de inzendingen zeer divers, over het algemeen was het niveau hoog en hebben we veel inzendingen met plezier en interesse gelezen, beluisterd en bekeken.

Zo zijn we door de sociologische waarnemingen van Mieke van der Linden thuisgeraakt in de uitwaaierende microkosmos van dierenwinkel De Rimboe aan de West-Kruiskade waar Rotterdam in bijna als “document humaine” te zien is.

We hebben via de uitstekende documentaire reeks van Eric Creemers op het lokale televisiekanaal Open Rotterdam kennis gemaakt met een inspirerende klasse van jonge, gedreven ondernemers die de circulaire of transitie economie vormgeven en van wie de stad in de toekomst veel profijt zal hebben.

Ook via Open Rotterdam kwam door de portretten van Tenny Tenzer de soms verborgen ‘Indo-cultuur” van de stad aan de oppervlakte en zagen we jonge mensen op zoek naar hun wortels in een samenleving waarin ze geïncorporeerd maar niet in hun essentie erkend lijken.

Alle inzendingen werden door de jury beoordeeld volgens een aantal vaste criteria. Daarbij werd gekeken naar de algemene journalistieke kwaliteit, originaliteit en creativiteit, naar toegankelijkheid, zorgvuldigheid, nieuwswaarde en Rotterdamse impact.

Deze uitgangspunten hanterend bleven er vijf producties over waaruit de uiteindelijke winnaar werd gekozen. Die vijf genomineerden zijn, in willekeurige volgorde:

Peter Brusse, o.a. oud-hoofdredacteur van het NOS-Journaal voor zijn boek ‘Onder de mensen, M.J. Brusse 1873-1941’, Uitgeverij Balans.

Peter Brusse schetst een fascinerend portret van leven en werken van zijn vader, de journalist M.J. Brusse. De zoon heeft de vader nauwelijks gekend maar weet met groot inlevingsvermogen en veel eigen kennis van het vak een beeld te schetsen van een man die mede de weg baande voor een nieuwe vorm van journalistiek. Stukken in de krant en sociale actie lagen bij M.J. in elkaars verlengde, al rond 1900. Peter Brusse laat zien hoe zijn vader de inmiddels verloren wereld van de Zandstraat en omgeving verkende en diep doordrong in een wereld van armoede, honger en beschamende huisvesting. Maar aan de andere kant had hij ook oog voor de veerkracht en de solidariteit van de bewoners. Brusse ging midden in “het rosse leven en sterven van de Zandstraat” staan, zoals het befaamde boek met zijn gebundelde reportages heet.

Mikos Gouka, voetbalverslaggever van het Algemeen Dagblad voor zijn boek ‘Kampioenen’.

Peter Brusse, Fotograaf Pim Ras (’Kampioenen’), voormalig chef-sport AD Wessel Penning, Sereh Mandias en Eeva Liukku (Vers Beton)

Het moet een jongensdroom zijn geweest voor Mikos Gouka om dit boek te maken en dat zie en lees je eraan af. Een jongensboek voor vrouwen en mannen, van welke leeftijd dan ook, die van Feyenoord houden en/of geïnteresseerd zijn in de vraag hoe na achttien lange jaren met dramatische dieptepunten het legioen eindelijk naar de Coolsingel kon om het landskampioenschip te vieren. Gouka is liefhebber én kenner, dus ook de minder goede momenten van het seizoen 16/17 komen aan bod. Hugo Borst, Willem van Hanegem en Sjoerd Mossou leverden een bijdrage en Pim Ras nam voor een groot deel de fotografie voor zijn rekening. Veel prachtig beeldmateriaal werd nooit eerder gepubliceerd. Tussen haakjes: de jury spreekt zo kort na de 1-4 nederlaag tegen Ajax op 22 oktober de hoop uit dat een nieuw boek niet weer 18 jaar op zich hoeft te laten wachten.

Esther Rosenberg, NRC-journalist voor een reportage rondom Feyenoords voetbalkampioenschap door de ogen van de politie.

Waartoe een ‘embedded’ verhaal in de handen van een uitstekend journalist al niet kan leiden. Esther Rosenberg schreef een reportage van binnenuit over de voorbereidingen van politie en gemeente op de mogelijke huldiging van Feyenoord, inclusief de keer dat het mis ging toen Excelsior de collega’s van Zuid een halt toeriep. Voor Rosenberg en dus voor haar lezers was dat een klein geschenk: ze zat bovenop de commandolijn toen het onwaarschijnlijke scenario werkelijkheid werd. Niet een huldiging annex zegetocht moest in goede banen worden geleid – afspraak was dat het allemaal pas de volgende dag zou plaatshebben – maar plotseling kwam de vraag aan de orde of en hoe de supporters hun woede en teleurstelling over de onverwachte nederlaag zouden gaan botvieren. Esther Rosenberg maakt in haar stuk de spanning en de latere opluchting voelbaar.

Eeva Liukku, Sereh Mandias e.a. van Vers Beton voor “Help, we zijn populair – Rotterdam, Stad in verandering”, Nai 010, Publishers.

Een kritische liefdesverklaring aan Rotterdam in de vorm van een serie portretten, korte essays en schetsen en veel prachtige foto’s van mensen en plekken in de stad. Vers Beton is op zoek gegaan naar de overgangstijd waarin de identiteit van Rotterdam lijkt te veranderen. Is de ziel die zo spreekwoordelijk op 14 mei 1940 verdween weer teruggekomen? En wat is eigenlijk onze identiteit? Willen we wel zo’n aangeharkte en steeds populairder wordende stad met een permanent geluidsdecor van rolkoffers? Of is dat domweg de prijs die we moeten betalen voor een ontwikkeling die ook veel goede dingen brengt?

Karel Berkhout en Esther Rosenberg, NRC-journalisten met hun reportage ‘Proefkonijn zonder het te weten’.

Karel Berkhout en  Esther Rosenberg (NRC)

Onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank. Een cliché dat de schrijvers misschien zelf niet zouden gebruiken, maar daarom niet minder waar. Berkhout en Rosenberg graven diep en brengen wat rustig een medisch schandaal mag worden genoemd aan de oppervlakte. Hartpatiënten van het Erasmus Medisch Centrum deden zonder het te weten mee aan een hachelijk experiment met het testen van een nieuwe techniek voor boezemfibrillatie. De NRC ruimde drie pagina’s plus een nieuwsbericht in voor het verhaal over een behandeling waarvan een van de advocaten van een patiënt meent dat er sprake was van een misdrijf en zegt een aanklacht voor te bereiden. De journalisten onthullen hoe op de achtergrond bij het gebruik van de nieuwe techniek commerciële belangen een rol spelen.

De Rotterdamse Persprijs 2017 gaat naar de inzending die de Rotterdamse ziel wil doorgronden. Het is de gids die vragen stelt over de overgang van de oude naar de nieuwe stad. Het grensgebied tussen het eb en vloed van deze stad. Het keren van de tijden van afbreuk naar opbouw.

Een gids ook, die niet alle vragen beantwoordt maar wel het materiaal aanreikt om goed over de toekomst van onze stad na te denken.

Eeva Liukku en Sereh Mandias (Vers Beton)

Dat, de vormgeving van die hoop is naar de mening van de jury van de Rotterdamse Persprijs de grote verdienste van dit boek en kent daarom met volle overtuiging de Rotterdamse Persprijs 2017 toe aan “Help, we zijn populair” van Vers Beton.

Rotterdam, 1 november 2017

Inez Weski (voorzitter), Maria Heiden, Wim van Krimpen, Kees Weeda, Henk Dam – jury Persprijs Rotterdam 2017